Vermaarde symbolistische schrijvers vinden inspiratie in regio Bouillon
- 12 aug
- 4 minuten om te lezen

De regio rond Bouillon, met haar diepe Ardense bossen en de mystieke, kronkelende Semois, is vandaag een oase voor wandelaars en natuurliefhebbers. Maar wist je dat deze streek in de tweede helft van de 19de eeuw een geliefkoosde verblijfplaats was voor enkele grote schrijvers en dichters ? Zij vonden hun inspiratie in de wondermooie natuur, de diepe bossen of in de kronkelende Semois.
Hieronder een korte beschrijving van drie dichters voor wie de Semois-streek belangrijk was. Het zijn dichters die behoren tot het handjevol symbolisten die er vandaag nog toe doen. De dominante tendenzen van het fin-de-siècle had een grote invloed op hen. (meer info: www.restaurant-meandre.be/post/het-lied-van-eva-is-120-jaar)
Charles Van Lerberghe

De Gentse, Franstalige symbolistische dichter Charles Van Lerberghe (21 oktober 1861 – 26 oktober 1907) had een heel bijzondere band met Bouillon. Hij verklaarde ooit openlijk dat hij "alleen maar kon werken in een mooi oord als Bouillon".
Rond het begin van de 20ste eeuw verbleef hij geruime tijd in Bouillon, met name in de wijk 'La Ramonette', waar hij genoot van een fenomenaal uitzicht over de Semoisvallei.
Het was precies op deze Ardense flanken dat hij in alle rust werkte aan zijn absolute meesterwerk: La Chanson d'Ève (Het lied van Eva), gepubliceerd in 1904. De overweldigende, ongerepte natuur van Bouillon stelde hem in staat om een paradijselijke sfeer in woorden te vatten.
« C’est le premier matin du monde. Comme une fluer confuse exhalée de la nuit, Au souffle nouveau qui se lève des ondes, Un jardin bleu s’épanouit. »
Vandaag de dag herinnert een gedenksteen aan de Vieille Route de France in Bouillon nog altijd aan zijn productieve verblijf.
Van Lerberghe was bezeten door de innerlijke muzikaliteit van taal. Zijn gedichten waren zo lyrisch dat ze de Franse topcomponist Gabriel Fauré inspireerden tot een wereldberoemde klassieke liedquatorze (La Chanson d'Ève, Op. 95). De poëzie die in Bouillon werd geschreven, transformeerde zo rechtstreeks in tijdloze muziek.
Paul Verlaine
De Franse dichterprins Paul Verlaine (30 maart 1844 – 8 januari 1896) had diepe familiale wortels in de regio. Zijn vader was afkomstig uit de streek, en Verlaine bracht een groot deel van zijn jeugd en latere leven door in Paliseul en Jehonville (op een steenworp van Bouillon), waar zijn tante Louise Grandjean woonde.
De dichte bossen en de melancholische mist van de regio ademen doorheen zijn bundels zoals Romances sans paroles (1874). De eenzaamheid van de Ardense natuur vormde de perfecte spiegel voor zijn getormenteerde ziel. Vandaag kun je in Paliseul nog steeds een speciale Paul Verlaine-wandeling maken langs didactische panelen die zijn lokale geschiedenis vertellen.
“Au pays de mon père on voit des bois sans nombre, Là des loups font parfois luire leurs jeux dans l’ombre. Et la myrtille est noire au pied du chêne vert, Noire de profondeur, sur l’étang découvert, Sous la bise soufflant balsamiquement dure L’eau saute à petits flots, minéralement pure. »
Net als Van Lerberghe zocht Verlaine naar "de muziek in de poëzie" (De la musique avant toute chose). Zijn ritmische verzen werden later gretig op muziek gezet door componisten als Claude Debussy.
Verlaine verbleef ook een tijdje, toen hij voortvluchtig was, in Corbion (Bouillon) bi zijn jeugdvriend, abbé Dewez, die daar de lokale pastoor was. De dichter vond er rond 1885 in het geheim onderdak in het "Maison des Couleuvres" (ook bekend als Maison Verlaine) toen hij op de vlucht was voor de Belgische justitie. Nadat Verlaine in 1873 in Brussel zijn minnaar Arthur Rimbaud had neergeschoten en een gevangenisstraf had uitgezeten, was hij officieel niet meer welkom op Belgisch grondgebied. Het Maison des Couleuvres lag pal aan de grensbeek Ruisseau de la Goffe. Hierdoor kon Verlaine bij een eventuele controle van de Belgische autoriteiten binnen enkele seconden de beek oversteken en naar Frankrijk vluchten. Vandaag herinneren de overblijfselen van dit grenshuis en de thematische wandelroute "Sur les pas de Verlaine" in Corbion nog altijd aan deze historische schuilplaats.
Arthur Rimbaud
Waar Verlaine de rust zocht, was het enfant terrible van de Franse poëzie, Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 nov 1891), een rusteloze zwerver. Rimbaud en Verlaine onderhielden een even legendarische als destructieve liefdesverhouding, waardoor hun literaire paden in deze grensstreek voortdurend kruisten.
Rimbaud passeerde de regio Bouillon meerdere malen tussen 1870 en 1873. Na de bloedige Slag bij Sedan (1870) zwierf hij door de grensstreek en verbleef hij kortstondig in Bouillon zelf. Zijn thuisbasis Charleville-Mézières ligt immers vlakbij.
Zijn omzwervingen door de Ardense en Belgische grensvalleien inspireerden zijn vernieuwende prozadichten in Une Saison en Enfer (1873) en Illuminations.
Uit het boek “Rimbaud est vivant” van Luc Loiseaux:
Luc Loiseaux brengt een gepassioneerd verslag van de ontmoetingen, de liefdes en de omzwervingen van Rimbaud. Zijn verhaal is gebaseerd op grondig onderzoek en talrijke citaten van Rimbaud. De informatie voor volgende passage haalt Loiseaux uit een persoonlijke brief van Rimbaud aan Ernest Delahaye, waarin hij spreekt over een ontmoeting met Paul Verlaine.
« Mai 1873 Escapade à Bouillon Roche, puis Bouillon Le dimanche, Rimbaud n’accompagne plus la famille à la messe. Il quitte Roche le samedi pour se rendre à Charleville en voiture attelée. Au terme de cinq heures de voyage, il atteint enfin sa ville natale. Il préfère retrouver Ernest Delahaye avec qui il prend le train pour Sedan où ils empruntent une diligence qui les dépose en Belgique, à Bouillon. C’est en effet dans cette ville, à l’Hôtel des Ardennes, que les deux amis retrouvent Paul Verlaine (qui fait quant à lui le voyage depuis le Luxembourg) pour déjeuner : Nous lui apportions des livres, quelques bonnes heures de conversation et de gaieté notera plus tard Delahaye dans ses souvenirs sur le poète. »
Een moment voor jezelf
Wie vandaag door Bouillon wandelt, kan zich makkelijk voorstellen hoe deze schrijvers en dichters hier inspiratie vonden. De oude bruggen, het kasteel dat hoog boven de stad uittorent, en de rivier die traag door het dal slingert, vormen nog steeds een decor dat uitnodigt tot mijmeren.
Na een dag vol cultuur en natuur is er niets heerlijker dan neerstrijken bij Restaurant Méandre om de zintuigen op een andere manier te verwennen.
Breng je dag in stijl ten einde bij Restaurant Méandre, prachtig gelegen op de Quai du Rempart in het centrum van de stad. In dit moderne en gezellige interieur, of op het sfeervolle terras met direct uitzicht op de rustig kabbelende Semois, ben je van harte welkom om te genieten van een heerlijke, verfijnde lunch of een uitgebreid diner. Het is de ideale plek om met een goed glas wijn na te praten over de poëzie van de Ardennen.



